Verbinding kerk en 20ers/30ers

Plakker

Mijn bijdrage/lezing bij de inspiratiedagen op 30 mei en 13 juni met daarin verwerkt de uitkomsten van het onderzoek ‘Kerk en Dertigers 2.0’ van de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk.

Kerk en 20ers en 30ers.
Hoe ziet dat er uit? Hier zien jullie een foto van een activiteit van Twintigers Woerden met rechts vooraan pionier Mirjam Oosterhoff.Dia1

Interactie
Ik zie plezier, ontmoeting en interactie. Laten we daarom niet nu beginnen met een verhaal, maar met een gesprek. Bespreek eens in duo’s van verschillende generaties:

Wat hield/houdt jou bezig in je leven als 20er/30er? Wat doe/deed je? Voor welke keuzes sta/stond je?

Kerk en 20ers en 30ers
Maar dan een stap verder: als je het wilt hebben over de verbinding tussen de kerk en twintigers en dertigers dan zullen we het moeten hebben over de twintigers en dertigers, maar we moeten het ook hebben over de kerk.
Als je het hebt over de kerk dan ontmoeten we een keur aan verschillen tussen kerken. Het is nogal een verschil of je komt in een drukbezochte dienst van een gemeente die zich verbonden voelt met de gereformeerde bond of dat je in een kleine vergrijzende gemeenschap bent met een gemiddeld kerkbezoek van zo’n 50 mensen. In het eerste geval zijn er wellicht vragen die zich voordoen rond de ruimte die er is voor twintigers in geloofsvorm en/of geloofsinhoud. In het tweede geval zal er eerder een ernstige zorg zijn over de balans in de gemeenschap en de toekomstbestendigheid als er geen nieuwe generatie de schouders zet onder de kerk.

Het zelfde is het geval met twintigers en dertigers. Het maakt nogal een verschil of je getrouwd bent en twee kinderen hebt, je een hypotheek hebt en één of twee drukken banen of dat je studeert, op kamers woont en op zoek bent naar leuke vrienden om je studentenleven mee te delen. Als we het hebben over de kerk en twintigers en dertigers zullen we die verschillen altijd in de gaten moeten houden. We generaliseren. Om het te kunnen duiden.

VerbindenDia3

Maar wat bedoelen we eigenlijk als we vragen hoe de kerk en twintigers/dertigers zich met elkaar kunnen verbinden? Soms kan de verbinding die we willen aangaan, aanvoelen als een noodverband. ‘Laten we omwille van onze kerk en het voortbestaan nu maar wat rare capriolen uithalen om de verbinding aan te gaan met een jongere generatie…’ Als het daarop gestoeld is en niet op werkelijke en wederzijdse interesse van generaties dan zal het inderdaad een noodverband blijken te zijn. Als er geen authentieke wil is om de verbinding te zoeken, zal het vroeger of later gedoemd zijn te mislukken.

Aan de andere kant kunnen we ook geneigd zijn om jonge mensen te veel te willen binden. Een paar voorbeelden: In een kerk die ik ken zijn twintigers van harte welkom, er is ook een behoorlijke groep van twintigers betrokken via een actieve gespreksgroep. Op het moment dat de twintigersgroep ideeën heeft voor een aanpassing van de morgendiensten krijgen ze echter zonder blikken of blozen een afwijzende reactie van de kerkenraad. ‘We hebben het altijd op deze manier gedaan…’, ’We verwachten kritiek van de groep die…’ De twintigers zijn welkom, maar wel op de voorwaarden van de gemeente.Dia4

Een ander uiterste is dat als er weinig twintigers of dertigers zijn we gelijk te veel verwachten als ze er wel een keer zijn. Een twintiger die een keer een kerkdienst bezocht, vertelde me dat er direct twee oude dames bij haar stonden, haar vastpakten bij de arm en haar op het hart drukten dat het zo mooi was dat ze er was en of ze volgende week ook weer kon komen? Een andere dertiger vertelde me dat toen hij na jaren van studeren en hard werken elders in het land weer eens in zijn oude kerk kwam, hij gelijk te horen kreeg dat er nog een jeugdouderling werd gezocht. Laat duidelijk zijn dat het goed kan deze twee situaties ontstonden vanuit een oprecht verlangen of oprechte blijdschap, maar je begrijpt wel hoe dit overkwam bij de bewuste twintiger en dertiger…

De kerk
Maar laten we nog even wat verder kijken naar de kerk. Zoals ik al zei moet je altijd rekening houden met de verschillen die er bestaan tussen verschillende kerken. De ene kerk is de andere niet. Maar soms krijg ik het idee dat sommige kerken leiden aan ouderdomskwalen of dat die kwalen latent aanwezig zijn.

Een eerste kwaal is die van invulgedrag: het invullen hoe de leefwereld er van de ander uit ziet op basis van je eigen ervaringen in je eigen verleden. Je kijkt naar twintigers en dertigers en denkt precies te weten hoe hun leefwereld eruit ziet. Per slot van rekening ben je ook jong geweest: ‘You have been there, you have done that.’ Toen je zojuist in duo’s daar even over in gesprek was, heb je daar wellicht wat van gedeeld met elkaar. Laat duidelijk zijn dat het heel goed is om je in te leven in de leeftijd van de twintiger en dertiger vanuit je eigen ervaringen, maar vervolgens zul je dat ook moeten kunnen parkeren en duiden als: ‘Dat zijn mijn ervaringen, dat is/was mijn leven als twintiger/dertiger, maar nu ga ik in gesprek met die ander en wil ik weten wat hij of zij belangrijk vindt’. Wil je als kerk in gesprek met deze groep mensen dan is één beginvraag voldoende: ‘Wat houdt jou bezig?’
Dia10

Een tweede ouderdomskwaal is dat je leeft in het verleden. Kerken die het koste wat het kost bij het oude willen laten, omdat iedere verandering een bedreiging is. Je weet namelijk niet waar je uitkomt als je begint te veranderen. Nu is verandering geen doel op zich, maar verandering was wel een belangrijk onderdeel van de beweging die Jezus op gang bracht. Eens stonden christenen bekend als ‘mensen van de weg’, niet ‘mensen van vastgeschroefde banken in grote gebouwen met een eigen naambordje op mijn gereserveerde plekje’.

Een derde kwaal is dat je als kerk opgesloten kan raken in je eigen wereldje. Je raakt gebonden aan je eigen mogelijkheden en onmogelijkheden. Alles wat je ziet is wat anderen voor jou kunnen betekenen in plaats van dat je kijkt wat je voor elkaar kunt betekenen. De ander heeft zich te voegen naar jouw manieren, jouw taal, jouw organisatievorm. In je bijeenkomsten staan jouw eigen vragen centraal, zoals je die altijd met elkaar behandelt. En jonge mensen verzuchten: “De kerk is er goed in om antwoord te geven op vragen die we niet hebben…”

Anyway, enkele ouderdomskwalen van de kerk, die vanzelfsprekend niet voor iedere kerk gelden, maar op zijn minst op de loer liggen. Kwalen waar ook anderen, ook twintigers en dertigers, aan kunnen lijden. Voor de zekerheid: Als ik het heb over de kerk, dan sluit ik mij zelf daarbij ook in.

Nu zijn er kerken die heel snel denken dat alles is opgelost met een jonge predikant. “We beroepen een jonge predikant en dan gaat alles beter”. Eerlijk is eerlijk, de rol van de leider of voorganger is niet gering. Soms werkt het inderdaad en vinden twintigers en dertigers in een jonge predikant een identificatiefiguur of een goede geestelijke vriend. Maar belangrijker dan de leeftijd is de houding van een predikant. Een predikant van 60 kan prima vrij zijn van ouderdomskwalen.

Twintigers en dertigers
Maar goed, genoeg over de kwalen van de kerk. De kerk is gelukkig veel meer dan haar kwalen. Laten we kijken waar de kansen liggen voor de twintigers en dertigers.

Allereerst is het te smal om louter te kijken naar twintigers en dertigers. Wat we op dit moment in de kerk zien gebeuren heeft alles te maken met verschillen tussen generaties en het verschil van de wDia12ereld waarin die generaties groot worden. Grofweg zijn de huidige generaties op te delen in vier generaties: de protestgeneratie, de generatie X, de pragmatische generatie en de Generatie Y. Iedere generatie heeft haar eigen leeuwen die overwonnen worden. Iedere generatie heeft haar eigen voorkeuren en basiswaarden. Vaak reageert een generatie op een vorige generatie of op wat er in hun leefwereld gebeurt. Het onderkennen van verschillen en het zoeken naar de waarde en mogelijkheden van elkaar is het begin van een goede verstandhouding, een verbinding tussen generaties. Het gaat daarbij niet zozeer over de verbinding tussen de kerk en een bepaalde doelgroep, maar om de verbinding tussen generaties. Hiervoor zijn verschillende aanpakken beschikbaar om dit bespreekbaar te maken in jouw gemeente.

Maar laten we eens kijken naar de twintiger en/of dertiger, wat zijn zijn of haar kenmerken?
Om er enkele te noemen uit het rapport Kerk en Dertigers 2.0:
• over het algemeen opgegroeid in welvaart;
• meer en meer opgegroeid in ‘onderhandelingshuishoudens’ waarbij zelfontplooiing centraal stond;
• bij gebrek aan uitdaging kunnen vervallen in passiviteit (‘patatgeneratie’),
• sterk merk- en mediabewust;
• ervarings- en belevingsgericht;
• uiterlijke vernieuwing is belangrijk;
• veel mogelijkheden (o.a. door gemiddeld een vrij hoog opleidingsniveau en door technische
ontwikkelingen);
• bindt zich niet snel langdurig;
• hecht waarde aan vrijheid, maar is tegelijkertijd op zoek naar veiligheid en verbondenheid;
• heeft de neiging tot het uitstellen van beslissende keuzes.

Dia13Het onderzoek onder Young Urban Protestanten gaf een beeld dat de kerk volgens hen wel ergens over moet gaan, ‘geen vaag gedoe, dus’. En tegelijk is er wel ruimte nodig voor zichzelf (ik wil serieus worden genomen) en voor anderen (positieve sfeer, ruimte). Het gevoel en de sfeer is hierbij van doorslaggevend belang.

Dia14Het rapport ‘Kerk en Dertigers 2.0‘ concludeert dat deze generatie leeft in een tijdperk van continue verandering, men erg druk is met werken aan zich zelf (dit wordt gestimuleerd, maar vindt men ook nodig) en wil gestimuleerd worden, aan het denken en aan het werk gezet.
Het leven van een twintiger of dertiger is daarmee wel erg druk en complex: er moet zoveel. Iedereen heeft een eigen overtuiging en deelt die ook. Daarom zoeken zij te midden van deze Babylonische spraakverwarring naar geestverwanten en identificatiefiguren waar ze op een veilige en herkenbare manier met elkaar kunnen uitwisselen.

Het lijkt er sterk op dat ze geen behoefte hebben aan de kerk in de organisatievorm van de afgelopen eeuwen. Geen instituut, maar een deelplaats en een kleine vertrouwde gemeenschap.
Dia16

Twintigers en dertigers zoeken daarmee naar een kerk waar je zowel in je comfortzone kunt zijn (de plek waar het veilig, goed, vertrouwd is en waar je troost en bemoediging kunt vinden), maar die ook uitdaagt om in beweging te komen, te veranderen en te ontwikkelen. Het liefst concreet merkbaar in je eigen leven. Discipelschap is daarbij zo’n woord dat gebruikt wordt. Een kerk die troost biedt en een appèl op je doet: dat zou mogelijk moeten zijn.

Vier beelden
Op het gevaar af dat ik wat abstract blijf, wil ik vier beelden meegeven over hoe de kerk verbinding kan zoeken met deze twintigers en dertigers. Het zijn beelden die vragen om nadere uitwerking in jouw gemeente, maar het kan je ook helpen een keuze te maken:

1) Het spel
Dia21
Als eerste het spel. Als we het hebben over de uitdaging waar jonge mensen behoefte aan hebben, dan is daarin veel van herkenbaar in het spel. Een spel waarin je, al dan niet via competitie, wordt uitgedaagd om in beweging te komen. En als je kijkt naar de media waar een groot deel van het sociale verkeer plaatsvindt, dan is dat toch wel de telefoon of de tablet. Een voorbeeld hiervan is het online spel Your Story, zoals dat onder andere door Live in Zaandam wordt gespeeld. In het spel worden je als groep of individueel via een app steeds weer nieuwe missies aangeboden krijgt om uit te voeren. De gesprekken met je mentor of in de groep zijn er dan om daar weer op te reflecteren en contact te onderhouden.

Als het gaat om een uitdaging zou je kunnen denken aan het beeld van Jezus die spreekt met de rijke jongeling. Als de jonge man wil weten wat hij moet doen dan krijgt hij een missie van Jezus: verkoop alles wat je hebt en kom dan terug en volg me. Zo rigoureus is Your Story niet direct, maar de uitdaging zit er wel in.

Wat kan jouw kerk doen om uitdagende missies te formuleren voor twintigers en dertigers en deze om te zetten naar daden en daarvan samen te leren?

2) De dans
Dia26
Het tweede beeld is het beeld van de dans. In de vorige eeuw bleek er op enig moment een kleine hype te zijn om dansavonden te organiseren. Om de sfeer te verhogen werd er een appel geplaatst tussen de danspartners. Het stel dat het langst de appel kon vasthouden had gewonnen. Als je gaat kijken naar de verhouding tussen generaties rond de kerk dan zou je kunnen denken aan het beeld van de dans. Je houdt elkaar losjes vast. Geeft elkaar zetjes en beweegt mee. De één leidt, de ander beweegt mee, maar het kan zo weer andersom zijn. Net wat je hebt afgesproken. Zo kan het ook gaan in de kerk: in organisatievormen, rituelen en liturgie, maar ook in de theologie. Interessante vraag bij deze foto is: ‘wat is volgens jullie de appel?’ Is dat de kerk? Het gebouw? De gemeenschap? Het christelijk geloof? Wat houdt jullie als generaties bij elkaar? Een voorbeeld van zo’n dans is hoe in Noordwijk pionier Janneke Nijboer met Windkracht 3.0 een netwerk van de middengeneratie mobiliseert. Een groep waarvan een groot deel dicht tegen de bestaande kerk aanschuurt, maar waar ze in Windkracht 3.0 de vrijheid hebben vernieuwing in gang te zetten en ook nieuwe mensen te verbinden. Het is een voortdurend spel van geven en nemen, van ruimte geven en inspiratie delen. Een ander voorbeeld is die van Rotterdam Delfshaven waar studenten en Yuppen een geheel eigen plek innemen in de bestaande kerk aldaar in een samenspel met de gemeenschap en haar omgeving.

De dans doet denken aan de poëzie die we vinden in het Hooglied, een voortdurend en intrigerend spel, waarbij het de vraag is of je elkaar uiteindelijk ook echt vindt of dat de dans om elkaar heen al bijzonder genoeg is. De vraag die opspeelt is:

Hoe ga je om met de afstand en de nabijheid tot elkaar, hoeveel ruimte geef je elkaar?

3) De oase
Dia24
Als derde zou je kunnen denken aan een beeld van de kerk als een oase. In de drukte van het dagelijks bestaan zijn veel twintigers en dertigers die niet direct gelovig zijn opgevoed wel op zoek naar momenten van verstilling en bezinning. Retraitecentra zijn nog steeds in opmars. Kan de kerk als een oase zijn voor deze mensen? Juist voor deze doelgroep staan vaak orthodoxe ethische denkbeelden in de weg om een dergelijke stap te maken naar de kerk. Toch is het bezoek van kerken, bijvoorbeeld op vakantie en tijdens citytrips erg populair. Even een kaarsje branden, even in de stilte (en vaak de koelte) rondlopen. Een voorbeeld hiervan is de Night of Light in de Dom in Utrecht, waar eens per maand de bezoekers aan het nachtleven van Utrecht in een bijzondere sfeer en met mooie muziek een kaarsje aan kunnen steken in de Dom. Honderden bezoekers maken daar gebruik van. Een ander voorbeeld zijn de Bijbelklassen op de Zuidas, opgestart door Ad van Nieuwpoort en Ruben van Zwieten. Voor de young professionals op de Zuidas is het een vluchthaven om één keer in de zoveel tijd samen een tekst te lezen en te zoeken naar wat het bijbelverhaal ‘ons wil zeggen’. Uit onderzoek blijkt dat er verschillende mensen uit de middengeneratie zijn die niet zo’n behoefte hebben aan allerlei nieuwe fratsen en interactie, maar die simpelweg willen aanschuiven in een esthetisch hoogstaande dienst om even op adem te komen.

De oase doet denken aan het Elim voor het volk Israël dat trok door de woestijn. Ronddolend op zoek naar het beloofde land, maar onderweg die oase.

Vraag aan de gemeente is:

Op welke manier kan onze kerk iets bieden van een oase voor niet- of randkerkelijke twintigers en dertigers?


4) De aanlegplek
Dia32
Ten slotte een vierde beeld: het beeld van de aanlegplek. Toen ik werkte als jong consultant voor een bedrijf zo’n 12 jaar geleden werkten we aan een nieuw beeld voor de informatiesamenleving. Daar ontstond het beeld van Nieuw-Arcanië. In Nieuw-Arcanië waren hubs, knooppunten waar mensen hun woonboot aan konden leggen. Naar gelang je behoefte van dat moment kon je aanleggen aan het eiland waar de voorzieningen waren die jij nodig had. Studeer je dan leg je aan bij de Universiteitseiland. Heb je kleine kinderen dan zoek je een eiland met scholen en kinderopvang, enzovoort. Een beeld wat niet alleen is gebleven als een mooi concept, maar wat ook daadwerkelijk functioneert op dit moment.

Zo werkt het in de praktijk natuurlijk al vaak in de kerk. Voor studenten, vaak jonge twintigers is er een keur aan studentenecclesia en studentenverenigingen. Velen van hen zien dit als hun kerk. Wat is dan het verschil met bijvoorbeeld Twintigers Woerden? Een eigen kerk voor twintigers met een breed netwerk via het lokale kroegleven, plekken voor verkenners, waar mensen een proefabonnement kunnen nemen op het christelijk geloof en een verdiepingsgroep. Is het een doelgroepenkerk? Misschien, maar wel één met een totale andere organisatievorm die beter aansluit bij waar de twintigers zitten.

Het is als Jezus die met een groepje mensen een eigen organisatorisch en theologisch spoor trok door de Joodse samenleving van die tijd. Niet helemaal los van wat er is, maar organisatorisch los en met verbinding en (soms kritische) uitwisseling met het bestaand gezag.

De vraag die je als kerk mag stellen is:

Is het erg als groepen jonge mensen in een bepaalde periode hun eigen weg gaan? Hoe kunnen we hen faciliteren? Hoe blijven we in contact en staan we open voor kritische reflectie? En: Staan we open voor jonge gezinnen die weer willen aanleggen, wat doen we om hen rustig te laten landen?

Tot slot
Vier beelden die ons uitdagen verder te kijken en wat vragen te stellen bij een kritische relatie tussen kerk en twintigers en dertigers. Het is een relatie die heel goed mogelijk is als er maar een voortdurende check is op het voorkomen van kerkelijke ouderdomskwalen. Ouderdom brengt namelijk ook heel veel wijsheid. En laat dat een nieuwe generatie nou juist nodig hebben: wijze oudere mensen.

Wijze oudere mensen die ruimte geven, serieus nemen, geestverwant willen zijn, iets voor elkaar willen betekenen, willen leren. Je kunt nog zoveel de kerk met twintigers en dertigers willen verbinden, maar uiteindelijk draait het erom of je stuk voor stuk, twintiger, dertiger, vijftiger of zestiger zelf kerk bent. Daar waar mensen zelf kerk zijn daar gebeurt het. Op dat moment. De kerk is geen gebouw, geen instituut, maar een gemeenschap van mensen die in beweging zijn gezet door de woorden van Jezus. Waar Gods liefde gedeeld wordt, daar gebeurt kerk.

Advertenties

Dans der generaties

Standaard

Hoe kan kerkzijn vorm krijgen tussen verschillende generaties? Zeker wanneer generaties elkaar niet goed begrijpen.

Verschil
Een zestiger klaagt over het geringe aantal jongere mensen en het gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef en trouw. Een zeventiger houdt haar hart vast over hoe het verder moet met de kerk als er geen nieuwe generaties aanhaken. En twintigers ontwijken de grijze massa liever, voelen zich niet altijd thuis in een setting een liturgie van burgerlijkheid en volgzaamheid. Ze voeren liever een goed gesprek met een goede kop koffie met hun vrienden of doen iets wat merkbaar en voelbaar een bijdrage levert aan hun geloof of de wereld om hen heen.

Ga naar de dansvloer, kniesoor, zie hoe ze dansen en word wijs.

Mag ik deze dans?
Nieuwe verbindingen vragen om een luchtigere omgang. In een setting waarin je van elkaar wil leren. Als we die omgang nou eens wat meer zouden aanpakken als een dans. Je houdt elkaar losjes vast. Geeft elkaar zetjes en beweegt mee. De één leidt, de ander beweegt mee, maar het kan zo weer andersom zijn. Net wat je hebt afgesproken. Zo kan het ook gaan in de kerk: in hoe je persoonlijk met elkaar omgaat, maar ook in organisatievormen, rituelen, liturgie en theologie. Ruimte en gesprek is essentieel. De lucht die er ontstaat geeft ruimte voor de windkracht van de Geest.
TD-Pensione
Voorbeelden
Een voorbeeld van zo’n dans is hoe in Noordwijk pionier Janneke Nijboer met Windkracht 3.0 een netwerk van de middengeneratie mobiliseert. Een groep waarvan een groot deel dicht tegen de bestaande kerk aanschuurt, maar waar ze in Windkracht 3.0 de vrijheid hebben vernieuwing in gang te zetten en ook nieuwe mensen te verbinden. Het is een voortdurend spel van geven en nemen, van ruimte geven en inspiratie delen.
Een ander voorbeeld is die van Rotterdam Delfshaven waar studenten en Yuppen een geheel eigen plek innemen in de bestaande kerk aldaar in een samenspel met de gemeenschap en haar omgeving.

Letterlijke voorbeelden van kerk en dansen?
De creatieve gemeenschap van Blossom in Utrecht organiseerde al met succes dansavonden met jongeren en ouderen. Wil je aan de slag met dans in de kerk, bijvoorbeeld je kerkdienst, check dan de Dans!kerk.

De dans doet denken aan de poëzie die we vinden in het Hooglied, een voortdurend en intrigerend spel, waarbij het de vraag is of je elkaar uiteindelijk ook echt vindt of dat de dans om elkaar heen al bijzonder genoeg is. Zijn wij niet geroepen tot de dans?

De vraag die opspeelt is:

Hoe ga je om met de afstand en de nabijheid tot elkaar, hoeveel ruimte geef je elkaar?

N.a.v. een lezing over kerk en twintigers en dertigers. Meer lezen? Klik hier.

Glas halfleeg of halfvol?

Standaard

Als gemeenteadviseur kom je in nogal wat kerken. Kerken met verschillende kleuren, verschillende omvang, verschillen in cultuur en geloofsbeleving. Enkele observaties.

Glas halfleeg of halfvol?
Ondanks alle negatieve berichtgeving over de daling van ledenaantallen, vergrijzing en teloorgang van gebouwen, zie ik een breed palet van levendige, gelovige gemeenschappen. Mensen die samen komen rondom de woorden van God. De ene gemeente klein en vergrijsd, de andere gemeente wat groter en met meerdere generaties. Dan is het een kwestie van kijken. Is het glas (of kerk) halfleeg of halfvol. Of een glas nu halfvol of halfleeg is, er zit altijd iets in om uit te delen.

glashalfvol

Drukte van belang
Ik zie ook dat veel mensen druk in de weer zijn. Zij zetten zich volop in voor de kerk. Er is een hoog arbeidsethos. Er moet ook veel geregeld worden: denk aan de kerkenraad, ambtsdragers, de gebouwen, de jaargesprekken, diaconale en pastorale zorg, jeugdwerk, overleg met andere kerken en de overheid, bezoekwerk, projecten, kerkdiensten, bijzondere vieringen… Allemaal heel belangrijk! Maar ik zie daardoor ook wel eens mensen lijden aan de kerk. Er moet zoveel! Er zijn mensen die hun ambt of taak neerleggen en er ‘wel even klaar mee’ zijn. Onderweg is het elan en soms zelfs het geloof kwijtgeraakt.

Elkaar vragen stellen
Het is daarom ook goed om te weten dat ik steeds meer gemeenten zichzelf en elkaar hoor vragen: ‘Waarom zijn wij kerk?’ Of: ‘Wat was de afgelopen jaren zo’n moment dat je blij was met de kerk?’ (en doe daar meer van!) En soms ook heel eerlijk: ‘Welke steen hebben wij op onze maag?’ Eerlijk, open en ontvankelijk. Het is mijn ervaring als gemeenteadviseur dat het die momenten zijn dat de Geest begint te waaien.

  • We zijn druk, maar samen kunnen wij nieuwe keuzes maken om de regeldrukte te verminderen.
  • We zijn een kleine groep, maar er is volop aandacht voor elkaar.
  • We zijn niet altijd heel missionair geweest, maar er zijn altijd mogelijkheden om van betekenis te zijn in onze buurt.
  • We zijn bezig met praktische zaken, maar mogen Gods aanwezigheid ervaren.

Laat de kerk een plek zijn waar je de handen uit de mouwen steekt. Maar zorg voor voldoende lucht: laat het net zo goed een plek zijn waar je je handen mag openen om elkaar vast te houden en te ontvangen van elkaar en van God. Dan is het glas altijd vol!

Hoe ontvang je een vluchteling?

Standaard

Een vader had twee zonen.

De oudste zoon was zijn vader trouw,
Paste goed op zijn geld en vroeg niet te veel.
Hij werkte hard en bleef binnen de lijntjes.
Hij had de beste papieren.

De jongste zoon vroeg zijn vader al zijn geld vooruit.
Hij verspeelde het in een vreemd land.
Ogenschijnlijke vrienden lieten hem in de kou.
Berooid zat hij in de stront.

Zijn trots was hij allang verloren.
Maar hij hervond zijn durf en stond op.
Om terug te keren naar een  vervreemd land.
Wie weet dat zijn vader hem aan werk kon helpen.

Met alles zou hij tevreden zijn.
Alles voor een bed, een bad en wat brood.
Maar tot zijn verbazing ontving zijn vader hem met liefde.
Het was feest, feest en nog eens feest.

De oudste zoon stond buiten toe te kijken.
Verongelijkt, ontevreden en boos.
“Vader, ik heb altijd gedaan wat goed was.
Ik heb nooit een feest gekregen, maar voor hem…”

De vader keek zijn zoon vol liefde aan.
“Je broer was verloren en heeft ons gevonden,
Je broer was op een haar na dood, maar leeft nu met ons.
Laten we niet ruziemaken, maar feestvieren.

Kom mee naar binnen.”

Naar het evangelie van Mark.
Je kunt dit verhaal nalezen in het boek Markus, hoofdstuk 15 of lees meer op Wikipedia.  

Jozef, de figurant

Standaard

robertmazier

Op verzoek: in de herhaling:jozef

Dit kerstverhaal is voor de losers, de invisibles, de dromers.

Dit kerstverhaal is voor al de mensen die onzichtbaar zijn, onmisbaar en cruciaal zijn, maar nooit de credits krijgen. De mensen met moedige daden op hun conto, maar die nauwelijks worden gezien. De mensen die grote dingen zien, maar niet  worden begrepen.

Dit kerstverhaal gaat over Jozef. De man van de bijrol. De figurant.

Jozef

Probeer eens een beeld van dit figuur te krijgen.

Je bent een houtbewerker in een klein dorpje. Je mag trouwen met een jonge vrouw. Jullie zijn door de families voor elkaar bestemd.

Oprecht als je bent, leef je in lijn met de tradities en zeden van je dorp. Geen seks voor het huwelijk.

Op een dag komt ze bij je.

“Jozef, ik moet je wat vertellen”, de bambi-ogen kijken je onzeker aan. “Ik… ik… ben zwanger…”

Er schiet van alles…

View original post 1.096 woorden meer

Hooglied van nu!

Video

John Legend’s ‘All of me’ voelt als een Hooglied voor deze tijd. Hij bezingt de liefde op een overtuigende manier.

Natuurlijk, liefdes kunnen verstillen of verkillen. De praktijk is vaak weerbarstig. Veel jongeren hebben te maken met situaties die anders zijn. Relaties om hen heen zijn kapot of bezig kapot te gaan. En al te vaak wordt seksualiteit gepresenteerd als een persoonlijk genots- of ruilmiddel.

Wees blij als anderen om je heen je voorgaan in liefde en trouw. Laten zien hoe het ook kan. Als zij jouw Hooglied mogen zijn. En waar dat in de praktijk niet meer kan, toch het ideaal, het lied van de liefde hooghouden. Desnoods tegen de klippen op. Het is goed om het hoge lied met elkaar te delen over de liefde, de liefde te vieren. Waar liefde en seksualiteit voor bedoeld is. Dat gevoel dat ons opbeurt, op doet veren.

Je bent zo mooi, vriendin van mij, je bent zo mooi! Je ogen zijn duiven ~ Hooglied 1, vers 15

Nieuwe generaties mogen onbezorgd kennismaken met liefde. Die liefde die iets goddelijks heeft. Want God is liefde. De liefde tussen twee mensen is een beeld van Gods liefde voor mensen. Koester de liefde!

Cause all of me, loves all of you
Love your curves and all your edges
All your perfect imperfections
Give your all to me, I’ll give my all to you
You’re my end and my beginning
Even when I lose I’m winning
Cause I give you all of me
And you give me all of you

Baby Jezus in de kliko

Video

Wat ik zo mooi vind aan kerst is dat we zoveel ruimte maken voor gezelligheid, samen eten en ontmoeten. Met kerst maken we ook ruimte in onze volle levens voor het verhaal van het kindje Jezus. De kranten, kerken, markten en concertzalen waren er rond kerst weer vol van. En zo zie ik om mij heen veel mensen die ruimte geven aan het ontroerende verhaal van Jezus’ geboorte in die stille nacht.

Kliko

Ik heb zojuist de kliko aan de weg gezet.740 Hij zit zo na de kerstdagen wat voller dan anders. Het waren mooie kerstdagen. Alles wat rest is afval. Nog een aantal dagen, dan zien we ook de kerstbomen verdwijnen. Wat we niet meer nodig hebben, gooien we weg. Ik stel mijzelf de vraag: geldt dit ook voor het kind? Gaat mijn aandacht voor het kind Jezus ook de kliko in?

Het kind is wel wat gewend. Dit kind werd geboren in een stal, in een voerbak gelegd, de lucht zal bekend voorkomen. In de oude boeken wordt het kind al aangekondigd als een man van smarten. Weggehoond. Maar de kliko: dat doe je een kind niet aan!

Geen kind gebleven

Zet het kind niet te snel bij het vuilnis. Geef het kind een nieuw leven (recycle), omdat kerst niet beperkt blijft tot twee dagen. Kerst vraagt om een way of life. We kunnen meegroeien met dit kind. Jezus bleef geen baby. Hij werd een man. En natuurlijk mag je zoals met humor gedaan wordt in de Baby Jesus Prayer in de film Talladega Nights blijven bidden tot Baby Jezus. We vormen per slot van rekening allemaal ons eigen beeld van Jezus.

Maar de ontroering voor het kind, nodigt ons ook uit kennis te maken met de volwassen man die Jezus geworden is.

En laat nu net die volwassen versie van Jezus iemand zijn die omkijkt naar mensen in de kliko van hun leven. Jezus is de vuilnisman die niet zonder te kijken de kliko leegt, maar de helpende hand uitsteekt om je uit je eigen vuilnis te halen. Samen te ontmoeten, samen te eten. De uitnodiging gaat verder.

Calvin Coolidge zei het zo:

Christmas is not a time nor a season, but a state of mind. To cherish peace and goodwill, to be plenteous in mercy, is to have the real spirit of Christmas.