The quest for the narthex

Standaard

Bert Roebben schetst een beeld van een pelgrimstocht waarbij de pelgrim onderweg een kerk tegenkomt. Een kerk die ingesteld is op het ontvangen van pelgrims.

Kijkend naar zo’n kerk popt het beeld op van een klassieke kerk. Zo’n kerk kent over het algemeen een kerkschip met vooraan een liturgisch centrum. Dit is de plek waar het transcedente gebeurt, het heilige: de bijbelverhalen worden verteld en onderzocht en de sacramenten vinden daar plaats. De plek van de Perspectieven.

Buiten de kerk is het plein, het leven van alle dag, de agora. Daar zijn de levensvragen van l’amore en le mort. De plek van de Vragen.

Tussen dat plein en het kerkschip bevindt zich de narthex, de toegangspoort, de verbindingsplek met een deur aan de pleinkant en een deur aan de kerkkant. De plek van de Communicatie. In de narthex bevindt zich ook vaak de communicator: de jongerenwerker, de missionair werker.

De open narthex

Vaak is een kerk erop gericht om mensen via de narthex binnen te krijgen en dan de deuren dicht te doen: nu ben je binnen, nu ben je er en hoor je erbij. In or out.

Roebben pleit voor meer open deuren aan beide zijden van de narthex. Een heen-en-weer-beweging tussen het heilige en het profane. Dat vraagt om een opener en eerlijkere benadering. Een benadering waarin wij in contact staan met de cultuur. Maar niet schromen om duidelijk te zijn over de perspectieven en verhalen vanuit de kerk. Deze verhalen dienen met kwaliteit vertelt te worden. De narthex is daar een geschikte plek voor, mits die open is.  Overigens geldt dit niet alleen voor de mono-religieuze benadering, maar ook voor andere religies.

In or out?

Ik merk zelf dat door de in-or-out-benadering van de kerk veel mensen buiten die kerk zo zelf ook naar de kerk kijken. Kerkmensen lijken door het aanbrengen van  dit strikte onderscheid in hun ogen te denken betere mensen te zijn. Er lijkt een code te zijn voor wanneer je erbij hoort en wanneer niet. In die zin komt dit overeen met de liminaliteit van de kerk in vroeger jaren (Marcel Barnard). In een netwerksamenleving lijkt dit begrip maar niet goed te aarden. In plaats van dat de kerk bepaalt of de individu grenzen passeert, is er eerder sprake van dat de individu bepaalt welke grenzen de kerk mag passeren.

Daarom neig ik naar een in-and-out-benadering. Wij staan als individuals ook zowel binnen, als buiten de kerk. De narthex is ook voor ons noodzakelijk. Voor onze levensvragen midden in het leven van alledag. Maar ook voor de heilige momenten.

Jongeren en religie

Jongeren hebben wat betreft Roebben recht op religie. Zij hebben iets nodig om zich tegen aan te duwen en af te zetten bij het zichzelf ontplooien. Persoonlijke verhalen, oude bronnen en religieuze kaders helpen daarbij. Deze kunnen in het kerkschip worden beleefd en gevierd, maar mogen juist in de narthex gecommuniceerd, gedeeld worden en in verband gebracht worden met de levensvragen van alle dag.

Perspectieven

Wat mij betreft is het beeld van het plein (Vragen), de kerk (Perspectieven) en de narthex (Communiceren) bruikbaar vanuit meerdere perspectieven:

  • Individueel (in hoeverre staan we als persoon in relatie tot de bronnen, de verhalen en het sacrale ten opzichte van onze eigen levensvragen. Vinden wij plekken om deze in verbinding te brengen en te houden).
  • Missionaris/professional (in hoeverre staan wij als professional in contact met de plaats waarvan wij uitgezonden zijn in de narthex of in de agora. Ervaren we dat zo. Zijn er plekken en mogelijkheden om ons te schuren, de vragen op het plein te bespreken en te duiden. Hebben we plekken om onze heilige roeping levend te houden of te revitaliseren?).
  • Jongeren (wat zijn voor hen de levensvragen, wat is voor hen een goede en veilige plek om die vragen te bespreken en hierop te reflecteren, hoeveel verschillende narthexen ontmoeten zij, wat zijn voor hen heilige plekken en rituelen en hoe staan zij tenopzichte van de christelijke bronnen en tradities, de christelijke verhalen?).
  • Gemeenschap (in hoeverre zijn onze gemeenschappen open in hun narthex, accepteren wij dat mensen/jongeren verkeren in de narthex zonder dat zij daadwerkelijk in de kerk komen? Houden wij als gemeenschap de verhalen levend en vieren wij de ontmoeting met God? Staan wij in relatie tot de levensvragen op het plein?).
  • Instituut kerk (in hoeverre is de kerk open genoeg om onbaatzuchtig de levensvragen te thematiseren en zijn wij in staat om het heilige spel in onze kerk, gebasseerd op een ontmoeting met God, oude bronnen en tradities levend te houden. Vervalt de kerk ook niet vaak in een overdreven aanpassing van dat heilige spel aan de omgeving en vraag van buiten. Vervalt de kerk ook niet in targets en maakbaarheidsdenken).
  • Nieuwe vormen van kerkzijn (Creëren we ruimte voor nieuwe liturgie en heilige ruimte, koesteren we die en hebben wij plekken van verdieping? Hoe verhouden nieuwe kerkvormen zich tot een vanuit andere (moeder)kerken).

Ik ben met deze gedachten nog niet helemaal klaar, terwijl ik ze al wel deel. Daarom ben ik erg benieuwd naar jouw ideeën bij dit beeld van Bert Roebben!

Advertenties

5 gedachtes over “The quest for the narthex

  1. Erg fan van zijn boek “Godsdienstpedagogiek van de hoop.” in hoofdstuk 2 schets hij dit beeld, erg herkenbaar en waar naar mijn idee. Wat bij mij blijft hangen is de vraag of we daadwerkelijk een ‘nieuwe’ taal kunnen spreken. De zingevingstaal van jongeren is een andere geworden dan die van de kerk.

    Daarnaast moeten we denk ik stoppen met het problematiseren van het probleem dat jongeren niet meer in het instituut kerk komen. De religieuze behoefte/verlangen blijft, maar wordt alleen anders ingevuld en beantwoord. De kerk (Perspectieven) waar Bert Roebben over spreekt, zijn voor jongeren andere plekken geworden dan wij gewend zijn. De vraag is daarom ook of wij ons door jongeren durven laten meenemen naar hun Kerk.

  2. Ik vind het een prachtige metafoor, in veel opzcihten goed bruikbaar. Maar ik vraag me ook af in hoeverre de metafoor kerkplein-nartex-heilige ruimte volstaat in al die nieuwe vormen van kerkzijn waarbij ‘de kerk’ zich op het plein begeeft (denk aan Protestantse pioniersplekken/ Urban Mission, deelname vanuit kerk aan maatschappelijke debatten) danwel waarbij mensen die zich op het plein begeven worden uitgenodigd in het ‘heilige’ (zoals Preek van de Leek, sommige maatschappelijke stages in de kerk, trouw/rouw-service aan mensen van buiten de kerk). Naar mijn idee gebeuren deze activiteiten niet zozeer in de narthex, maar echt buiten op het plein danwel binnen in het heilige

  3. Gert van Klinken

    De discussie is beslist interessant. Bij het heilige hoort echter ook inspanning. Je moet moeite doen om er te komen, verdiepen. Al te toegankelijk hoeft dus ook weer niet. Only fools rush in where angels fear to tread….

    Gert van Klinken

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s